Je zult op deze weg wandelen of struikelen

God is geen afgod. Wellicht klinkt je dat wat vreemd in de oren? Toen ik las over ‘God zien als afgod’, was mijn eerste reactie: “Hè? Kan dat ook nog?” De Bijbel spreekt erover in het boek Hosea. Israël zag God namelijk als zijnde hun Baäl – dat is een afgod. Maar er zal een dag komen dat zij de Heere noemen zullen ‘mijn Man’.
Israël keert zich namelijk op een grove wijze af van de Heere. Ze gaan achter andere geliefden aan – vooral achter gaven. Dat doen ze omdat deze minnaars wel geven wat op dat moment nodig lijkt te zijn. Israël lijkt op een vrouw die andere mannen zoekt, maar nergens kan vinden. Ze besluit terug te gaan naar haar vorige Man, want toen had ze het beter.
Er mist alleen erkenning. De erkenning dat Hij het is geweest Die haar werkelijk alles gaf wat ze nodig had. En daarom besluit God dat alles van haar weg te nemen. Hij brengt haar in de woestijn. En daar is de plek waar God tot haar hart zal spreken. Vandaaruit zal God haar wijngaarden geven en hoop! En dan zal Israël erkennen dat God het is: haar Man. En niet een God voor eigen genot.
God neemt Zijn vrouw aan als bruid. Hij zegt daarover: “Ik wil dat je voor altijd van Mij bent. Je zult bij Mij horen zoals een vrouw bij haar man hoort. Ik zal je beschermen, Ik zal je verdedigen. Ik zal vol liefde voor je zorgen. Ik wil dat je voor altijd Mijn volk bent. Je zult merken hoe trouw Ik ben.”

Als christenen belijden we de Heere te kennen. Is het ook zo dat wij Hem erkenning geven in Wie Hij voor ons is? Als zijnde onze Man.
Het is inderdaad mooi wat Hij geven kan. Maar wat als alles weggehaald wordt? En we belanden in een woestijn? Wat een beeld kan zijn van droogte, leegte en hitte? Wat is dan hetgeen wat overblijft?
Het gaat misschien wel om de vraag wáárop wij ons vertrouwen stellen.
Als we God overhouden en Hij onze hoop en houvast is …,  hebben we niets te verliezen. Maar andersom kom je met lege handen te staan. Wat wel hopelijk uitdrijft tot een terugkeer naar je Man met als doel dat je Hém zult kennen. De Bijbel zegt zelfs over de terugkeer naar Hem, dat je er diep naar zult verlangen Hem te kennen. Ernaar zult jagen zelfs. Dat zegt iets over je hartgesteldheid. Een hart dat naar Hém uitgaat. Wat Hij niet wil zijn offers voor Hem, maar liefde. Vanuit liefde is niks je te groot. Offers zijn geen offers meer. Maar woorden en daden uit dankbaarheid.
Het verwijt van God aan Israël was dat zij Hém niet zochten in alles. Niemand riep echt om Hém. En dat is juist Zijn verlangen. Dat wij tot God bidden om Hém zelf en niet om Zijn gaven.
Het is nu tijd om Hem, de Heere, te zoeken. Dan komt Hij en zorgt Hij dat het goed met je gaat.

Vergeef al onze misdaden en neem ons offer aan. Wij zullen geen dieren offeren, maar woorden. Woorden van dankbaarheid. We weten dat de koning van Assyrië ons niet zal redden. We vertrouwen niet meer op onze eigen legers. We vereren geen beelden meer die we zelf hebben gemaakt. Want U bent de God die voor ons zorgt. U beschermt mensen die zwak en alleen zijn.” Amen.

5 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *